“Er is veel humor in het stuk aanwezig. Auteur Ödön von Horváth is er in geslaagd om dit serieuze onderwerp op een luchtige en zeer behapbare manier tot ons te brengen.”
Spelers:
José de Jong
Jenneke Vrijenhoek
Arjan Bos
Gerry Verwaaijen
Peter Piek
Bonne van Dam
Karel van Koppen
Sanne
Cor van Toorn
In de pers: Nieuwsblad Geldermalsen

In Verhalen uit het Weense Woud volgen we de lotgevallen van een aantal kleurrijke bewoners van een willekeurige straat in een stad. Tegen de achtergrond van een wankele economie zoeken ze rust in de natuur of fortuin in de loterij. En gretig naar warmte, storten ze zich in geflirt en blinde liefdes.
De mensen in dit stuk willen hun leven zo goed mogelijk leven, maar ze maken er een puinhoop van vanwege hun eigenbelang, hun kleinburgerlijke opvattingen. Iedereen is druk met zijn eigen zaakjes. Alles wat in de kleine groep gebeurt, wordt nauwlettend in de gaten gehouden. Men is op zoek naar een stukje erkenning en begrip, maar vergeet tegelijkertijd dat als je dat wilt ontvangen, je dat ook moet geven. Je kunt niet van een ander respect verwachten, als je geen respect voor de ander kunt opbrengen. Iedereen is zo op zoek naar zijn eigen geluk, dat er geen of nauwelijks aandacht voor de ander is.
Het verhaal in een notendop gaat over Marianne die verloofd is met Oscar, de slager, en op het punt staat om met hem te trouwen. Marianne houdt echter niet echt van hem en als Alfred haar met zijn mooie verhalen verleidt, raakt Marianne verliefd en laat Oscar in de steek, zeer tegen de wil van haar vader. Marianne krijgt al snel een baby van Alfred, maar Alfred is geen vaderfiguur. Hij overtuigt Marianne ervan dat het kind beter af is bij zijn moeder en grootmoeder op het platteland.
Het huwelijk strandt en Marianne moet alleen proberen haar hoofd boven water te houden. Marianne moet gaan werken in een nachtclub. Dit wordt ontdekt en Marianne wordt ook nog eens beticht van diefstal. Berooft van haar integriteit, haar weerbaarheid en gevoel voor eigenwaarde probeert ze vrede te sluiten met haar vader.
Als uiteindelijk de kaarten weer zijn geschud, komt Marianne toch weer terug bij Oscar.
Het toneelstuk speelt zich oorspronkelijk af in de jaren ’30, het begin van de crisisjaren en de opkomst van het Nationaal-Socialisme. De mensen waren verward, er was onzekerheid en men wist niet waar het naar toe ging.
Dit toneelstuk is naar onze tijd gehaald, omdat er veel overeenkomsten zijn met de huidige tijd. Ook nu is er sprake van een crisis en een verrechtsing van de samenleving en ook wij zien dat de tolerantie naar groeperingen die niet de onze zijn, verminderen. In dat opzicht is het een herhaling van zetten en houdt het stuk ons mogelijk een spiegel voor.