Een Sneeuw

Een Sneeuw

Een Sneeuw van Willem Jan Otten

25 jaar nadat toneelgroep Elckerlyc het toneelstuk “Een Sneeuw”  van Jan Willem Otten  op de planken bracht, staat dit mooie toneelstuk opnieuw op het repertoire.

“Een Sneeuw” vertelt het verhaal van Panda die niets zegt, niets meer kan zeggen. Panda is ernstig ziek en kan niet meer praten. We komen in het stuk dan ook nauwelijks te weten wie deze man is en wat hij heeft meegemaakt. Wel komen we er achter dat hij niemand tot last wil zijn en dat hij in het verleden in een Duits concentratie heeft gezeten.
Panda woont sinds 14 jaar bij mevoruw Quint. Zij heeft met haar kinderen (Frederik en Mia) en Bibi in het Jappenkamp Tijdeng gezeten.
In het stuk maken we kennis met de 3 generaties. De generatie die de oorlog heeft meegemaakt, de kinderen die in deze oorlog zijn geboren en de generatie van na de oorlog. Ze komen bij elkaar om de verjaardag van Panda te vieren.
Naarmate het spel zich ontwikkelt, sluipt langzaam de oorlog in het stuk. We zien de diepe sporen die de oorlog bij hen heeft achtergelaten, hoezeer “voor de oorlog” en “na de oorlog” een rol speelt in hun leven.
Panda blijkt een grote invloed uit te oefenen op de anderen. Panda is een onbekende voor hen, heeft een oorlogsverleden waar niemand iets van weet, Panda heeft kanker en gaat dood. Panda zwijgt, de anderen praten.
Bijna niemand weet raad met deze Panda. Men weet zich geen houding te geven, vluchten voor hun verleden, betuttelen en bevoogden, en houden zo de illusie op van een familieleven.
Dit onvermogen om te communiceren, mede ingegeven door hun verleden, maakt dat er een situatie ontstaat die ongemakkelijk en pijnlijk wordt.
Uiteindelijk maakt Panda een keuze.

Regie: Jan Beeren
Speeldata: 23, 24, 25, 26 april 2008

Spelers:
Panda: Charles Agerbeek
Mevrouw Quint: Jenneke Vrijenhoek
Mia: Pien van Dael
Frederik: Cor van Toorn
Thomas: Peter Piek
Jeanette: Maggie de Bree
Jose: Sien van der Pol
Bibi: Jose de Jong
Katja: Annelien van Dael

Tweeduister

Tweeduister

“Ik moet dood, want ik wil altijd leven”

Peer Wittenbols

Als God Apollo, die straf heeft gekregen van Zeus, zijn opdracht heeft volbracht, gaat hij weg. Maar voordat hij gaat, geeft hij zijn onvoorwaardelijk vriendschap af aan Admetus de koning. Op verzoek van de koning, schenkt Apollo hem het eeuwige leven, zodat ze altijd vrienden kunnen blijven. Er moet echter eerst iemand vrijwillig voor hem sterven.
De broer van de koning, Silo, die heimelijk verliefd is op de koningin Alkestis, verzint een list om van de koning af te komen en de koningin voor hem zelf te krijgen. Hij zegt tegen Admetus dat hij wil sterven voor hem om bij zijn Nana te zijn. Nana is uit liefde voor Silo overleden, terwijl Silo niets om Nana geeft. De koning vergiftigt zichzelf, maar Silo sterft niet voor hem. Hij wil de macht en de koningin de zijne te maken. De koning, stervende, gaat op zoek naar iemand die voor hem wil sterven, maar de familieleden geven niet thuis. Uiteindelijk neemt de koningin de plaats in van de koning en toont daarmee haar grote liefde voor Admetus en zij sterft. Voordat zij sterft zweert Admetus dat niemand de plaats van de koningin zal innemen, van nu af aan zal hij zijn bed niet meer delen met een ander. Silo wordt in de gevangenis gezet, want hij mag niet dood, hij zou dan alsnog met de koningin in het hiernamaals samen zijn. Als in een onbewaakt ogenblik Silo zich, met de scherven van een kruik wijn, die hij van zijn moeder heeft gekregen, van het leven berooft, wil Admetus ook dood. Alleen, dat kan niet, hij is onsterfelijk. Apollo, terug  gekomen, overziet het leed en maakt met de Dood een afspraak. Als Admetus zich niet laat verleiden door Alkestis, zoals hij heeft gezworen, zal de Dood Alkestis in leven laten. Zo niet, dan gaat zij voorgoed met de dood mee. Alkestis wordt gesluierd mag de sluier niet af doen en gaat de koning verleiden. De koning slaat in eerste instantie de verleiding af, maar krijgt in de gaten dat het Alkestis is. Hij haalt de sluier van haar af en kust haar. Liefde overwint.

Regie: Jan Beeren
Speeldata: 14, 15, 16, 17 april 2009

Spelers:
Peter Boekelaar
Sanne van Mourik
Cor van Toorn
Pien van Dael
Peter Piek
Anja van Mourik

Kortsluiting

Kortsluiting

Kortsluiting van Haye van der Heijden

 In Kortsluiting gaat het over Victor die ten gevolge van Alzheimer langzaam de greep op zichzelf en zijn omgeving verliest. Ook zien we hoe zijn omgeving (Charlotte zijn vrouw, Julia zijn dochter en Eva de buurvrouw) reageert op zijn  gedrag en probeert antwoord te vinden hoe hier mee om te gaan.

In het begin zijn het de kleine vergeetachtigheden van Victor die anderen opvallen. Victor ontkent dit, want in zijn beleving is dat niet waar. Hij beschuldigt zijn omgeving van vertellen van onwaarheden en samenzwering. Hij houdt zich staande door te ontkennen, spelletjes te spelen en te bagatelliseren.

Langzaam wordt ook voor Victor duidelijk dat er wat aan de hand is. Hij kan niet meer op woorden komen of gebuikt verkeerde woorden. Het wordt duidelijk dat er meer aan de hand is en dat maakt Victor opstandig, verdrietig en irrationeel. Er moeten keuzes gemaakt worden. Is het beter Victor “op te bergen” in een tehuis? Kan Charlotte het aan om met Victor verder te gaan?

We zien de grote impact van Alzheimer op Victor en zijn omgeving en het is soms pijnlijk en beklemmend te zien hoe deze ziekte beslag legt op mensen en hun gedrag.

Haye van der Heijden is er in geslaagd om van dit gegeven een toneelstuk te schrijven dat niet “zwaar” is. Hoewel het onderwerp serieus wordt neergezet, zijn er veel humoristische momenten die er voor zorgen dat de beklemmende sfeer regelmatig kan worden afgewisseld met een gulle en bevrijdende lach.

Kortsluiting is dan ook een Tragikomedie van een Nederlandse schrijver die ook veelvuldige televisieseries schrijft als “laat maar zitten”, “Kees en co”, “Kinderen geen bezwaar” en “Baantjer”. Haye van der Heijden schreef Kortsluiting in 2002 voor de viering van het 50-jarig toneeljubileum van zijn Schoonvader Allard van der Scheer.

Regie: Jan Beeren
Speeldata: 4, 6, 7 juni 2009

Spelers:
Victor: Cor van Toorn
Charlotte: Jenneke Vrijenhoek
Julia: Annelien van Dael
Eva: Sanne van Mourik

 

Mephisto

Mephisto

Mephisto door Klaus Mann (bewerking Paul Binnerts)

We zijn in de jaren ’20 van de vorige eeuw. Hendrik Höfgen is toneelspeler en start zijn carrière in Hamburg. Al snel groeit hij uit tot een provinciale grootheid. Hendrik is een man met grote ambitie. Alles moet wijken voor zijn carrière. Hendrik weet dat het theatergezelschap op hem leunt en dat maakt dat hij eisen kan stellen. Bijv. welke rollen hij speelt en wie er wat speelt.

Hendrik wil echter hogerop. Hij heeft door zijn netwerk beschermers gevonden die hem aanbevelen bij het theaters in Berlijn.

Hendrik wordt aangenomen en vertrekt naar Berlijn. Binnen 14 dagen heeft Hendrik met zijn charme de belangrijkste mensen van het theater voor zich ingenomen. Ook het Berlijnse publiek valt voor Hendrik Höfgen. Hij maakt carrière in Berlijn, ook bij de film en het gaat hem voor de wind. Zijn rollen zijn vaak die van een satanische komediant welke hij door zijn meedogenloosheid en manipulerend karakter uitstekend kan spelen.

In zijn zucht naar roem en door zijn ambitie ontgaat het Hendrik volkomen dat Duitsland aan het veranderen is. De nationaal-socialisten en Hitler krijgen steeds meer voor het zeggen. Hij is stomverbaasd als anderen vanwege de dreiging naar Amerika vertrekken.

Hendrik Höfgen bevindt zich in het buitenland als de “Führer” rijkskanselier wordt. Pas dan beseft Hendrik wat er werkelijk aan de hand is en hij is doodsbang. Hij herinnert zich met wie hij omging en vermoedt dat zij hem als niet trouw aan Duitsland zullen bestempelen. Een toneelspeelster die ontzettend verliefd is op Hendrik redt hem echter. Hendrik kan onder bescherming van Nazi officier Hermann Göring terug naar Duitsland. En zo raakt Hendrik langzamerhand verstrikt in de kliek van de hoge nationaal-socialistische kringen en viert triomfen…… Uiteindelijk wordt hij Intendant van het Theater in Berlijn.

Hendrik is een “meeloper” met grote ambitie. Zijn carrière is belangrijker dan wat ook, en daarvoor mogen zelfs slachtoffers vallen. Alles is immers geoorloofd als het gaat om het streven naar het onbereikbare. Hendrik is niet de man die de trekker van het geweer overhaalt, niet de man die voorop loopt in demonstraties, niet de man die anderen aanspreekt op laakbaar gedrag. Hij is de man die zijn hoofd omdraait als er iemand wordt neergeschoten, die zwijgt als er gesproken zou moeten worden, die probeert zijn eigen leven invulling te geven zonder zich af te vragen wat dat voor anderen betekent. Mensen zoals Hendrik, zijn er miljoenen. Ze lopen mee met de rest, steken hun hoofd niet boven het maaiveld en profiteren van de situatie door er zo goed mogelijk gebruik van te maken.

Regie: Jan Beeren
Speeldata: 2, 3, 4, april 2010

Spelers:
Karel van Koppen: Hendrik Hofgen
Pien van Dael: Angelika Siebert, Dora Martin, Juliette Martens
Edwin Edel: Otto Ulrichs, Hans Miklas, Herman Goering
Jose de Jong: Barbara Bruckner, Lotte Lindenthal
Anja van Mourik: Mirjam Horowitz, Nicoletta von Niebuhr, Mw. Bruckner
Peter Piek: schrijver/ verteller Klaus Bruckner, Theophile Marder
Guus Schaarman: Gotsschalk Kroge, Thomas Bruckner